De Parel van de Trondheimfjord

Ytterøy  “ De parel van de trondheimfjord”

Ytterøy is een eiland dat ligt in de Trondheimfjord.

Het eiland is ongeveer 13.5 km lang en 4.3 km breed.

De totale oppervlakte is ca. 28 km².

Het terrein is deels heuvelachtig, het heeft een rijke en gevarieerde flora en fauna.

De hoogste top ligt op 215 meter boven de zeespiegel.

In het fjord is eb en vloed met een verschil van ongeveer 3 meter.

Het eiland heeft een geschatte inwonertal van 500 mensen dat in de zomer

door toeristen bij grote evenementen kan verdubbelen.

Ytterøy was een zelfstandige gemeente tot 1963.

Het eiland behoort nu tot de gemeente Levanger maar staat grotendeels op zich zelf.

Eilandbewoners hebben een eigen geschiedenis en gewoontes. Vanaf Levanger is het 30 minuten met de Ferry varen die regelmatig gaat.

Archeologische vondsten getuigen van een groeiende agrarische activiteit over 5000 jaar geleden.

Toen stond de zee hoger dan vandaag en was het eiland  in tweeën gedeeld.

Het eiland heeft ook een geschiedenis in de mijnbouw, waarin koper, pyriet en kalksteen gedolven werd. De mijnbouw werd stil gelegd na de tweede wereldoorlog.

In aanvulling op de landbouw heeft Ytterøy; winkel, kerk, school, kleuterschool, cafe, postkantoor, verzorgingshuis.

Een kippenslachterij, jachthaven en velen hebben hier hun creatieve kant ontwikkeld.

Ytterøy heeft een groot verenigingsleven met vele variëteiten, zoals fanfare, sport, handwerk, scouting, toneel etc.

Oude boerderijen met uit het jaar 1750, 1760, 1806, 1858, 1880, 1913, 1926.

De boerderijen werden meest gedeeltelijk of geheel gerenoveerd van binnen, maar van buiten nog in oude stijl.

Generaties lang doorgegeven en onderhouden. Vaak de trots van de familie.

Soms zijn er geen opvolgers zoals Ovre Bjørvika, waar nu een museum van gemaakt is.

Nedre Bjørvik een van de oudste (1760) op een koningsplaats midden op het eiland, hoog met uitzicht op het fjord en zoals het vroeger was uitzicht over zijn bezit en landerijen dreigt verkocht te worden. Einde van een generatielange bewoning, omdat er geen opvolgers zijn.